Het brievenboek van de 10e reis

De correspondentie tussen de kapitein en de rederij, met een totaal van 3 brieven, werd vastgelegd in het z. g. "Brievenboek" en begint deze reis op 5 mei 1867 met een brief van de kapitein. In de eerste twee brieven schrijft hij de naam van zijn reder niet goed (n.l. Meiyes i.p.v. Meyjes).

Brief 1.

Nieuwendiep 5 mei 1867

WelEdle Heeren Jerm. Meiyes & Zoon

WelEdle Heeren Patroonen

UE. geeerde letteren benevens het Gognossement (*zeevrachtbrief) der steenen heb ik ontvangen alsmede de expiortie van de Heeren Cargadoors (*scheepsbevrachters), zoo dat ik nu geheel klaar ben, inliggende ontvangt UE. de quitanties der gemaakte onkosten alhier, ik heb de maandbrief om de twee maanden afgegeven aan de 1 & 2 Stuurmans, Bootsman, Timmerman, Kok en de matroozen Dekker en Postma voor hunne vrouwens en om de drie maanden aan de Zeilmaker, de matroos A.Metz, C.Ruig, T.Metz, en G.Engels voor hunne Ouders, hoopende alles naar UE. genoegen zijnde, verblijve ik na Ed. een bestendig welvaren gewenscht te hebben.

WelEdle Heeren UEd. ontvanger

Brief 2.

Engelsch kanaal 7 Mei 1867

WelEdle Heeren Jerm. Meiyes & Zoon

Amsterdam

WelEdle Heeren Patroonen

Deze is duidende UE. te melden dat wij met UE. bodem de Henriëtta thans in goede staat zijn op de hoogte van Bevezier zijnde deze punt in peiling NO½O p.k ± 2 mijl afstand, liggende hier op dit oogenblik zonder Stuur en het Schip hebbende sedert ons vertrek van het N.D. zeer ongestadige en fariabele koeltes gehad, de Equipage zijn allen welvarend, hoopende UE. in goede welstand etc. etc.

Het origineel van deze brief werd in Het Kanaal afgegeven aan de Dealboot. Dit was waarschijnlijk een loodsboot uit de vissersplaats Deal, nabij Dover. Zie het Zee-journaal "Zeilende in de Noordzee" van 7 mei 1867. 

Brief 3.

De laatste brief van de kapitein komt uit Padang.

Padang 1 September 1867

Weledle Heeren Jerm. Meyjes & Zoonen

Amsterdam

Gisteren avond onstreeks 5u. ben ik hier met Ued. bodem de Henriëtta gearriveerd en daar de Mail heden morgen vroeg tijdig vertrekt heb ik UEd. geeerde letteren nog niet ontvangen, de Mail is reeds gesloten, doch zend deze particulier over, ik heb den 30 Augst. een matroos verloren, welke lijdende was aan het water, zijn lijk overboord gezet, genaamd Jan Dekker (*zie het Zee-journaal "Zeilende in de Indische Zee" van 31 augustus 1867). Ik heb veel met sterke en tegen wind te worstelen gehad waardoor mijn reis zeer vertraagd is, verdere Equipage in welstand, het schip in goede staat, verschoon S.V.P. deze weinige letterens, er is geen tijd meer byzonderheden te melden, met de eerstvolgende gelegenheid hoop ik UE. meer bepaald de loop der zaken te melden. hoopende UE in goede welstand deze letterens moogt ontvangen.

was getekend:

UEDW. Dienaar J.R.Brouwer