Het Haven-journaal Amsterdam

  Nadat het Schip was gekield, gekalfaat (*waarbij men het schip met talies vanaf de wal zodanig op zijn zij trok, dat minstens de helft van het onderwaterschip boven water kwam, om het te kunnen schoonmaken, te repareren en te kalfaten = breeuwen of wel de naden van de huidplanken dichtstoppen met uitgeplozen touwwerk en pek), voorzien van een nieuwe geel koperen huid en het tuig neer genomen en voorzien, het noodige gerepareerd en vernieuwd en het hol vertimmerd, is hetzelve in het Oosterdok beladen met Stukgoederen en de voorschreven Equipage aangemonsterd, welke den 3de Mei aan boord kwamen, haalden het Schip, voorzien van Provisie en water en verdere benoodigheden, voor de Oosterdoksluis, kregen de Loods J.Mink aanboord en werden door de Sleepboot Zuiderzee over het IJ voor de Willemsluis gebragt.

Een bark wordt op het IJ door een stoomsleper voor de Willemsluis gebracht. Schilderij van Willem Antonie van Deventer (1929-1893). Gingen verder onder stoom met de Sleepboot, schutten ten 4u door te Purmerend en maakten ten 7u30' het Schip te Alkmaar vast, zijnde door de bruggen gepasseerd, gingen den 4de Mei ten 3u30' onder stoom en schutten ten 1u door de sluis te Nieuwe diep, zaten 2u vast voor t'laage water, brachten verders het Schip aan de kade met kettings vast, voerden den volgende dag 5de Mei Zondag de buiten kluiverboom uit, zetten alles aan en maakten het zeevast en gingen ten 4u s'namiddags naar Zee en de sleepboot Noordzee en de Loods R.Molenaar met een stijve ZO koelte en heldere lucht, de uiterton NNO p.k. ± ¼ mijl afstand, het Schip lag diep voor 42 & achter 48 Palm."

 Het passeren van de uiterton.

De reis begon dus voorspoedig en er behoefde dit keer niet in Nieuwe Diep (Den Helder) gewacht te worden op gunstige wind. Vaak moest men hier weken, soms maanden, wachten om uit te kunnen varen.