Zeilende in de Indische Zee. 

16 juli:

De barometer daalde sterk tot 29,60 en de zee werd weer hoger. Het schip passeerde een in het Noorden liggende grote onweersbui met zwaar weerlicht. De zeilen werden weer vastgezet. Het schip bevond zich op die dag op 40°07' Z.B. en 25°15' W.L. en voer de Indische Oceaan binnen. Op dit halfrond was het hartje winter en dus vaak slecht weer in deze tijd.

19 juli:

Het grootzeil en de bezaan moesten gereefd worden. Men voer op 40° 24' Z.B., het meest zuidelijke punt van de route, even voorbij Kaap de Goede Hoop (Zuid Afrika).

Kaap de Goede Hoop.

20 juli:

Men noteerde: "Aannemende tot vliegende storm, reefden grootmastzeil, stagzeil & bezaan, hooge zee, zwaar overhalend en werkend schip, kregen veel water over dek, nog aannemend met orcaanvlagen, onstuimige wilde zee, de barometer sterk dalend tot 28,85, veel water op dek, nadat de wind uitschoot hevige buyen & hagel en weerlicht, tusschen de buyen iets handzamer, hielden ten 7u voor de wind, hoge wilde zee, hevige hagelbuyen, zetten de kluwer & de bezaan".

Het reven van de zeilen.

24 juli:

Het stampende schip bevond zich nog steeds in deze zware storm. De hanger van de gaffel brak. Later op de dag nam de storm weer af.

25 juli:

Nadat men aanvankelijk te maken had met rustig weer, begon het weer te stormen, werd het grootzeil vastgezet en later reefde men de zeilen.

26 juli:

Na veel buien en een moeilijke zee noteerde men "Afnemend dikke verstopte regenachtige lucht". Een afdruk van het oorspronkelijk journaal van 25 en 26 juli 1867 staat hieronder afgebeeld met op de pasgina "Uitleg" de verklaringen daarvan.

Gedeelte uit het Zee-journaal op 25 en 26 juli 1867.

27 juli:

Het stormde nog steeds en zware hagelbuien beukten het schip. Door de hoge ZW zee begon het ook nog te slingeren en zag men het Sint Elmersvuur (*lichtpluim die ontstaat door uitwisseling van aarde- en luchtelektriciteit bij zwaar onweer) op de toppen der masten. De zeilmaker F.H.Rholert en de matroos J.Dekker werden ziek gemeld.

28 juli:

Men noteerde: "Afwis. zware buyen of stil, de zee wild door elkaar lopende en hoog opstuwende, veel gelijkend op een zeebeving, het schip vreselijk werkende en kregen vooral water over de Nok der bezaans boom". Temperatuur: 54° F. Barometer: 29,74.

*Mogelijk had men toen ook al te maken met een "tsunami" (vloedgolf, veroorzaakt door een zware zeebeving).

31 juli:

Het bleef maar zwaar stormen met zeer hoge zeeën en vliegende buien teisterden het zwaar stampende schip. Tijdens de Achtermiddagwacht passeerde men het stoomschip Courier.

2 aug.:

De storm was nu eindelijk afgenomen, waarna men echter tijdelijk in een gebied met dichte mist kwam. Het schip stampte nog steeds zeer zwaar, de zee was hoog en de vele zware buien talrijk. Deze weersgesteldheid bleef lange tijd het zelfde. Opmerkelijk is dat er gedurende lange tijd geen landmerken meer werden gepeild. Temperatuur: 58°F. Barometer: 30,25.

13 aug.: 

De wind was nagenoeg gaan liggen, al stond er nog steeds een hoge deining uit het Zuid-Westen. Omdat de wind ook nog variabel werd, kwam men zonder stuur te liggen en maakte het schip slechts 7½ mijl per etmaal. Temperatuur: 60° F. Barometer: 30,33.

De wind was nagenoeg gaan liggen ..

 15 aug.:

Men meldde dat de matroos Jan Dekker zeer ziek was.

16 aug.:

De miswijzing door de amplitude bedroeg die dag 5° 30' NW. Het weer bleef onstuimig.

*De variatie (de hoek tussen de magnetische- en de geografische meridianen) van het kompas kon o.m. bepaald worden door de amplitude bij zonsopkomst en zonsondergang te peilen en de uitkomst te vergelijken met het ware noorden. 

De variatie.

23 aug.:

Tijdens de Dag-wacht zette men het anker buiten boord. De wind was toen geheel weggevallen en men had geen stuur meer. Temperatuur: 82° F. Barometer: 29,91.

24 aug.:

Tijdens de Hondenwacht wakkerde de wind weer aan. Met zette de sloep in de David en men vond overal haringen aan boord.

25 aug.:

Men had die dag lichte koelte en seinde met een Hollands schip (3w9072), die toen op 103° 49' voer. Men hield goede uitkijk, omdat men die dag vermoedde land te kunnen zien. En ja hoor, na 112 etmalen op zee peilde men tijdens de Dag-wacht ten 8 glazen land in het NO. Door de buiige lucht kon men het echter niet onderscheiden.

26 aug.:

Tijdens de Dag-wacht zag men de kust van Sumatra in het NO tot ONS½O, terwijl het hevig regende op zee. Temperatuur: 81° F. Barometer: 29,87.

27 aug.:

Ook deze dag werden diverse keren land gepeild, waaronder enkele bergen, die door het slechte weer niet te onderscheiden waren.

....diverse keren land gepeild ....

28 aug.:

"Zeilden in 't gezicht van Sumatra, doch door de zware lucht geen verkenning".

Tijdens de Dagwacht, ten 4 glazen, werd weer land gezien in het ZWtW½W . Tijdens de Voormiddag-wacht ten 8 glazen zag men de beide eilanden "Zuid Pageh" en "Noord Pageh", (*ook wel Pagai Selatan en Pagai Utara genoemd), gelegen voor de kust van Sumatra nabij Padang.

 

De beide eilanden Noord Pageh en Zuid Pageh.

29 aug.:

Ten 8 glazen, gedurende de Dag-wacht, peilde men de berg Raya en Sipora (eiland voor de kust). Verder meldde men dat de toestand van de zieke nog hetzelfde was.

30 aug.:

De peilingen waren P.Muskito (3 glazen Dag-wacht) en P.Mus (8 glazen Voormiddag-wacht). Ook vermelde men dat het met de zieke slechter ging.

31 aug.:

Peilingen werden gemaakt van P.Panjoe en van P. Merake. Om 4u15', gedurende de Platvoetwacht, "overleed J.Dekker, toonde direct ontbinding, bragten het lijk op dek, naaiden het zelve in een hangmat".

Een, twee, drie, in Gods naam.

Verder werden weer peilingen gemaakt van P.Panjoe, P.Mus en P.Balie. Vanwege het ontbreken van enige wind, lag men zonder stuur. Temperatuur: 74° F. Barometer: 29,84.

Dan volgt, na 118 etmalen onderweg te zijn geweest, het onderstaande verslag over de binnenkomst op de rede van Padang. Het Zeejournaal gaat dan echter, zonder dit duidelijk aan te geven, over in het Havenjournaal van Padang.